Teun de Koning werkt als Junior Beleidsanalist bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs. Hij startte als stagiair in het Directorate for Public Governance en kreeg na zijn stage het aanbod om binnen hetzelfde directoraat te blijven werken. We spreken Teun over zijn werk bij de OESO en wat hij anderen aanraadt die hier ook graag zouden stagelopen.
Geschatte leestijd: 4 minuten
Wat motiveerde jou om te solliciteren op een stage bij de OESO?
“Het concept van publieke economie vind ik ontzettend interessant. Met name vraagstukken over hoe overheden het beste waarde kunnen leveren voor hun burgers spreken me erg aan. Er zijn wereldwijd slechts enkele organisaties waar je op internationale schaal aan dit soort vraagstukken kunt werken en de OESO is er één van. Ik ben me daarom gaan verdiepen in de organisatie en heb contact gezocht met mensen die hier al werkten. Zo kwam ik erachter dat er op korte termijn een stagevacature zou vrijkomen bij het Public Governance directoraat. Ik heb toen een open sollicitatie ingestuurd en mijn motivatie specifiek naar die afdeling toe geschreven.”
"Vraagstukken over hoe overheden het beste waarde kunnen leveren voor burgers spreken me erg aan"
Waar houdt het directoraat Public Governance zich mee bezig?
“Kortgezegd richt het directoraat zich op de vraag hoe de publieke sector het best kan worden vormgegeven. Door het doen van onderzoek en het aanbieden van advies helpen we lidstaten om hun openbaar bestuur zo goed mogelijk in te richten. Binnen het directoraat focussen we op verschillende thema’s, waaronder bijvoorbeeld anti-corruptie en integriteit,de digitale overheid of vertrouwen in de overheid. Zelf werk ik binnen de divisie infrastructuur en publieke aanbestedingen.”
Beeld: © Teun de Koning
Teun bij het OESO-hoofdkantoor in Parijs
Aan wat voor projecten werkt jouw divisie?
“We doen onderzoek naar verschillende vraagstukken die raken aan de levenscyclus van infrastructuur, waaronder bijvoorbeeld strategische planning, projectselectie, vergunningverlening en aanbesteding. Daarnaast werken we aan het vraagstukken over het aankopen van goederen en diensten door de overheid. Je kunt je voorstellen dat een overheid het geld dat ze besteedt zo goed mogelijk wil uitgeven. Wij noemen dat concept ‘value for money’. Het gaat niet alleen om het meeste te krijgen voor de laagste prijs: value moet je veel breder zien. Door strategisch in te kopen, kan een overheid in aanbestedingsdocumenten eisen opnemen waarmee inschrijvers moeten bijdragen aan publieke beleidsdoeleinden. Zo kan zij bijvoorbeeld vragen om het gebruik van inputs met een lagere CO2-voetafdruk. Zo wordt aankoopbeleid een strategisch instrument."
"Specifiek in het geval van infrastructuur komen bovendien extra aandachtspunten kijken. Infrastructuur moet op maat gemaakt worden en vaak zijn er heel veel verschillende partijen betrokken bij dit soort projecten. Daarnaast moet je bij infraprojecten rekening houden met de volledige levensduur; dus de kosten waarmee je rekent zijn niet alleen voor de bouw, maar ook voor het onderhoud en opereren van de infrastructuur.”
Beeld: © Teun de Koning
"Naast het doen van onderzoek, werkt onze divisie ook aan praktische beleidshandvatten en capaciteitsopbouw voor lidstaten. In de praktijk kan ieder land of publieke organisatie - zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat - bij ons aankloppen wanneer er behoefte is aan meer inzicht in een bepaald thema. Dat kunnen bijvoorbeeld thema's zijn als de acceleratie van infrastructuurvergunningsverlening of het vormgeven van een aanbestedingsstrategie voor complexe infraprojecten.”
Wat vind je zelf het leukste aan werken voor de OESO?
“Ik vind de diversiteit heel leuk. Er is een goede mix van lange- en kortetermijnprojecten waar ik aan werk. Zo kwam er laatst een verzoek om op korte termijn wat indicatoren en data aan te leveren voor een gesprek dat onze Secretaris-Generaal (SG) zou voeren met het Oostenrijkse ministerie van infrastructuur. Wat zijn relevante cijfers die de SG in zo’n gesprek kan opbrengen? Dat is iets wat heel ad hoc gebeurt. Maar ik werk ook aan projecten waarbij ik juist veel tijd krijg om iets echt goed uiteen te zetten.”
“Naast de diversiteit van het werk vind ik de diversiteit van de mensen heel leuk. Mijn collega’s en vrienden komen echt vanuit de hele wereld: van Nieuw-Zeeland en Canada tot Zuid-Korea, Zweden en Italië. Het is ontzettend leuk om met al die verschillende culturen in aanraking te komen.”
Je bent ooit bij de OESO begonnen als stagiair en kon na je stage bij de organisatie blijven werken. Hoe heb je dat mogelijk gemaakt?
“Het gebeurt niet heel vaak dat stagiairs kunnen blijven, want er zijn heel veel stagiairs maar helaas een stuk minder vacatures. Zelf heb ik het geluk gehad dat er tegen het einde van mijn stage nieuwe projecten aan kwamen waarvoor mijn divisie iemand nodig had met mijn profiel. Wat extra hielp, is dat het ging om projecten in Vlaanderen en Oostenrijk, omdat ik zowel Nederlands als Duits spreek. Meerdere dingen vielen dus precies goed samen. Ik heb namelijk ook stagiairs gesproken die ontzettend goed zijn in hun werk, maar die op een afdeling werkten waar simpelweg geen plek was voor een junior analist. Het moet dus net goed uit komen.”
Tot slot: wat is je advies aan anderen die interesse hebben in stage lopen bij de OESO?
“Solliciteren op een stage bij OESO gaat anders dan je misschien gewend bent. Je meld je als stagiair aan voor een soort database waar OESO-medewerkers in zoeken wanneer ze een stagiair nodig hebben. Het lijkt in die zin op een open sollicitatie. Dat maakt het ook lastig, omdat je niet precies weet wat de organisatie zoekt – veel stagevacatures worden bijvoorbeeld niet op LinkedIn gezet.”
“Wat ik mensen kan aanraden, is om op de website van de OESO papers op te zoeken over thema’s die je interessant vindt. Hierin staat altijd wie er aan dat paper hebben gewerkt en mijn tip is om die mensen te contacten. Zelf heb ik ook direct contact opgenomen via mijn netwerk. Daardoor wist ik dat er binnen het Public Governance directoraat een stagevacature vrijkwam waar ik mijn motivatie gericht naar toe kon schrijven.”
"Doordat ik vooraf wist dat er een stage vrijkwam bij het Public Governance directoraat, kon ik mijn motivatie specifiek daarop richten"
“Tot slot denk ik dat het goed is om bewust na te denken over hoe je jezelf profileert. Er zijn tienduizenden mensen per jaar die hier solliciteren op een stage en het merendeel daarvan is generalist. Door te laten zien dat jij een bepaalde expertise meebrengt, spring je eruit – dat maakt je ook makkelijker vindbaar in die database waar ik het over had. Zelf heb ik bijvoorbeeld mijn ervaring met data-analyse extra benadrukt, omdat dit steeds belangrijker wordt gevonden. Daarnaast heb ik specifiek beschreven waar mijn interesses liggen en hoe mijn gekozen vakken daarop aansluiten. Wanneer je jezelf op deze manier kunt presenteren, denk ik dat je je kansen vergroot.”