Tijdens haar rechtenstudie in Amsterdam ontdekte Sarah Harms al snel dat het thema mensenrechten haar erg interesseerde. Die interesse, in combinatie met haar wens om internationaal te werken, leidde haar naar een baan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). We spreken Sarah over haar werk bij het EHRM en hoe het leven in Straatsburg haar bevalt.

Kun je uitleggen wat jouw rol is binnen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)?

“Ik werk als jurist in het Nederlandse team dat, naast mijzelf, nog bestaat uit twee senior juristen en een gedetacheerde Nederlandse rechter. Alle zaken die tegen het Koninkrijk der Nederlanden worden ingediend bij het EHRM komen bij ons terecht en het is onze taak om deze te filteren. Dat betekent in de praktijk dat we binnengekomen zaken analyseren om vast te stellen of er, kijkend naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), mogelijk een mensenrechtenschending heeft plaatsgevonden. Daarnaast analyseren wij verzoeken om voorlopige maatregelen.”

Beeld: © Sarah Harms

Sarah voor het Human Rights building dat het EHRM huisvest

Hoe zien je werkdagen er in de praktijk uit?

“Een grappig feitje is dat bijna alles hier nog op papier gaat. Gedurende de dag komen de assistenten langs met folders waarin de dossiers zitten die per post naar ons zijn opgestuurd. Hoeveel zaken er per dag binnenkomen, wisselt per periode. De ene week heb ik zes zaken op mijn bureau liggen, terwijl het de week erna misschien maar twee zijn.”

“Wanneer we zaken beoordelen, doen we eerst een administratieve check om te bepalen of aan alle voorwaarden is voldaan. Zijn alle onderdelen van het verzoekschrift ingevuld en zitten alle documenten erbij? Daarna kijken we naar de inhoud. Verzoekers beroepen zich in hun verzoekschrift op bepaalde rechten die in het EVRM staan. Wij kijken of de klacht ontvankelijk is of niet, waarna we een korte analyse schrijven die vervolgens aan een rechter wordt voorgelegd." 

"Afhankelijk van de aard, complexiteit en het gewicht van de zaak, komt deze voor bij één, drie, zeven of zeventien rechters"

"Afhankelijk van de aard, complexiteit en het gewicht van een zaak wordt deze toegewezen aan een bepaalde rechterlijke formatie. Kennelijk niet-ontvankelijke zaken worden behandeld door een alleenstaande rechter (Single Judge), terwijl andere zaken terecht kunnen komen bij een comité van drie rechters, in de Kamer met zeven rechters of in de Grote Kamer met zeventien rechters. Ook nadat een zaak aan een specifieke formatie is toegewezen, blijven wij als griffiejuristen betrokken en ondersteunen we de rechters bij het schrijven van de uitspraak.”

“Het kan ook voorkomen dat er een verzoek om een voorlopige maatregel binnenkomt. In zo’n geval gaat alles even aan de kant, omdat we zulke verzoeken met spoed moeten behandelen. We analyseren dan of sprake is van een reëel en dreigend risico op onherstelbare schade, bijvoorbeeld in zaken over uitzettingen of medische problematiek. Deze analyse leggen we vervolgens voor aan een rechter, die uiteindelijk beslist over het verzoek.”

Wat voor soort zaken krijg jij zoal op je bureau?

"Van alles! Het leuke is dat er binnen ons team geen vaste verdeling is, waardoor elke zaak in principe bij iedereen terecht kan komen. Dat maakt het werk ook zo leuk en afwisselend. De ene keer werk ik aan een zaak die raakt aan het familierecht, de andere keer gaat het om migratie- of strafrecht. Wel is het zo dat ik meestal niet word betrokken in de echt grote zaken, zoals bijvoorbeeld de MH17 zaak van vorig jaar. Dat soort zaken worden behandeld door meer ervaren juristen.”

“Toch ervaar ik veel voldoening in mijn werk. Ik heb een sterk rechtvaardigheidsgevoel en vind het belangrijk om op te komen voor mensen die het minder goed hebben. Sommige indieners zien hun verzoekschrift aan ons echt als een laatste redmiddel – dat geeft een grote verantwoordelijkheid, en daarom vind ik het belangrijk om elke zaak even serieus en objectief te behandelen.” 
 

Beeld: © Sarah Harms

Voordat je bij het EHRM begon, werkte je bij de rechtbank in Haarlem. Wat zijn volgens jou de grootste verschillen tussen het werken in Nederland en het werken voor een internationale organisatie?

“Bij het EHRM heeft elk van de 46 lidstaten een eigen team en dat levert heel veel verschillende perspectieven op. Waar bepaalde procedures voor een Nederlander heel normaal zijn, vinden collega’s uit andere landen diezelfde procedures soms juist bijzonder. Je eigen blik wordt daar ruimer van. Ik zit bijvoorbeeld op een gang met Belgische, Sloveense, Italiaanse en Griekse collega’s – het is heel leuk om te horen hoe het bij hen gaat en waar zij mee bezig zijn. Bij grotere zaken worden ook standaard juristen uit verschillende landen betrokken.”

“Een ander verschil dat mij is opgevallen, is dat deze organisatie hiërarchischer is dan ik gewend was in Nederland. In Nederland voelde ik me vaak vrij om iedereen aan te spreken, ongeacht hun functie. Hier is dat toch wat minder gebruikelijk. Je ziet die hiërarchie ook terug in de inrichting van het gebouw. De kantoren van de rechters bevinden zich op de bovenste verdieping van het gebouw, en in de kantine zitten zij aan een aparte tafel. Gelukkig is de hiërarchie binnen ons Nederlandse team niet zo sterk aanwezig.”

Ik zit op een gang met Belgische, Sloveense, Italiaanse en Griekse collega’s – het is heel leuk om te horen waar zij mee bezig zijn

En hoe bevalt Straatsburg?

“De stad heeft me positief verrast! Van tevoren waren mijn verwachtingen niet zo hoog. Ik kom uit Amsterdam en Straatsburg is ongeveer even groot als Leiden, dus ik vroeg me eerst nog af of er genoeg te doen zou zijn. Dat is gelukkig zeker het geval. Je vindt hier op elke straathoek een leuk restaurant of een bakkerijtje en er zijn heel veel culturele evenementen. In de zomer was er ieder weekend wel een festival. Verder is de omgeving ook erg mooi, met de Vogezen en het Zwarte Woud vlakbij. Sinds kort heb ik een auto, dus ik trek graag de natuur in om te wandelen. Ook sociaal gezien bevalt het hier goed. Via het werk heb ik veel internationale vrienden gemaakt, waardoor er altijd wel iemand is om wat leuks mee te doen.”

Beeld: © Sarah Harms

Straatsburg

Tot slot: heb je tips voor anderen die interesse hebben in een baan bij een internationale organisatie als het EHRM?

“Wat mij denk ik heel erg heeft geholpen, is dat ik tijdens en na mijn studie relevante stage- en werkervaring had opgedaan. Zo kon ik ontdekken wat ik echt leuk vind. Daarnaast denk ik dat zulke ervaringen ook zorgen dat je eruit springt wanneer je solliciteert bij een internationale organisatie. Zelf heb ik, naast mijn opleidingen Europese Studies, Rechtsgeleerdheid en Europees & Internationaal Recht, stage gelopen bij VluchtelingenWerk en gewerkt bij een advocatenkantoor. Bij dat kantoor werkte ik in het team dat zaken behandelt op het gebied van het bestuurs- en migratierecht. Na mijn opleiding heb ik vervolgens als gerechtsjurist in de vreemdelingenkamer gewerkt, waar ik mijn ervaring in het migratierecht verder heb verdiept.” 

“Een laatste advies dat ik zou meegeven: niet geschoten is altijd mis, dus probeer het gewoon. De hoge aantallen sollicitaties die internationale organisaties binnenkrijgen schrikken soms af, maar het zou zonde zijn om je daardoor te laten weerhouden. Bovendien is elke sollicitatie weer een nuttige ervaring die je meeneemt in je volgende sollicitaties. En: misschien past jouw profiel wel precies bij wat de organisatie op dat moment zoekt.”