Nederland heeft gêne die niet nodig is. We hebben veel te bieden.

Nationaal Cöordinator Internationale Functies Jean-Pierre Kempeneers zoekt kandidaten voor strategische functies bij internationale organisaties, om te zorgen dat Nederland daar goed vertegenwoordigd is. Hoe je dat doet? Daarover vroeg hij 50 topfunctionarissen met hem mee te denken. ‘Als er een vacature is ben je te laat. Je moet weten wat er over 2 jaar aankomt.’

Touch Dutch Base

Bijna 50 hoofden en experts van internationale organisaties zoals de Wereldbank, het internationaal strafhof, de World Trade Organisation en diverse VN-onderdelen kwamen donderdag naar ‘Touch Dutch Base’: de eerste terugkomdag voor Nederlanders in internationale topbanen. Minister Koenders greep zijn welkomstspeech aan voor een oproep. Om jonge goede Nederlanders te coachen. Om elkaar te helpen. En om vrouwen op hoge posities te helpen komen. Want ondanks het succes van dagvoorzitter Sigrid Kaag en 16 andere aanwezige topvrouwen moet er nog veel gedaan worden, aldus de minister. Maar wat? Die vraag stond prominent op het programma.  

De NCIF?

Na een ‘bijspijkersessie’ over trends in Nederland door het Sociaal en Cultureel Planbureau gingen de groep uiteen voor een brainstorm. Gehoord aan tafel: ‘Stel je voor. Ik werk in Nederland, maar wil graag de stap naar een internationale baan maken. Waar begin ik? Ik zoek een informatiepunt.’ ‘Nou, daar is dus de NCIF voor’. De een kende het al goed, de ander leerde de NCIF tijdens de bijeenkomst nog wat beter kennen. Over het nut van een instantie die Nederlandse kansen op topfuncties vergroot was eigenlijk niemand het oneens. Zonder lobby, zonder dat doorslaggevende telefoontje is het haast onmogelijk om sommige belangrijke plekken te bemachtigen, blijkt uit hun voorbeelden.

Te netjes

‘Zijn we niet te netjes?’ Het is een van de eerste kreten die op de grote flipovers komt te staan. Het hoofd van een VN-missie geeft aan: ‘Ik heb concreet 2 collega’s in gedachten die een stap omhoog zouden kunnen maken. Maar wat mag ik doen om dat te bevorderen? Is het ethisch om het nationale belang zo voorop te zetten?’

Daar mag je realistisch in zijn, denkt de rest van de tafel. En in ieder geval niet te bescheiden. De voorbeelden van andere landen die hun kandidaten promoten zijn legio. Eén topfunctionaris grapt: ‘Een ander biedt zijn tuinman aan als de beste architect van de wereld, wij zeggen: hij kan dit een beetje, hij kan dat een beetje. We hebben gêne die helemaal niet nodig is, we hebben heel veel te bieden.’

Strategie

De deelnemers gaan aan de slag met de vragen van de organisatie, maar ze stellen graag ook wedervragen. Bij welke organisaties willen we eigenlijk meer Nederlanders hebben? Waarin wil Nederland zich onderscheiden? Als we dat eenmaal weten komt het postennet goed van pas, oppert een groep. ‘De PV’s en de ambassadeurs kunnen ter plaatse contact onderhouden met belangrijke organisaties. Om te weten waar goede mensen zitten, om te zorgen voor verbinding en om barrières weg te nemen. Dat moet volgens hen ook helpen om er op tijd bij te zijn. ‘Als er een vacature vrijkomt is het echt te laat, je moet weten waar er over twee jaar iets aan komt.’

Hoe groot is de vijver?

Het lijkt, opperen sommigen, of er minder belangstelling is voor een internationale carrière. Zo maakt het feit dat partners tegenwoordig vaak beiden een carrière hebben het lastig om met een gezin naar het buitenland te gaan. Het gezin noemen ze ook als een belemmering voor vrouwen om door te stromen naar de top. Met onmiddellijk de vervolgvraag: weten we wel zeker dat de belangstelling mist? Hebben we voldoende zicht op mensen die mogelijk een internationale carrière ambiëren? Op hun beschikbaarheid, en hun motivatie? Ze roepen op om al vroeg – al op de universiteit – in gesprek te gaan met talenten. En om ook mid-career kansen te scheppen. Een deelneemster waarschuwt om vooral niet blind te staren op ambtenaren en door te gaan met het actief benaderen van kandidaten uit het bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld en wetenschap. ‘De vijver is veel groter’.

Onbekend maakt onbemind

Tijdens een ‘Dragons Den’ ronde presenteren de groepen hun ideeën, in de hoop dat ‘dragons’ Siebe Riedstra (V&J), Marjan Hammersma (OCW) en Maarten Camps (EZ) er mee aan de slag gaan. Camps vertelt dat de jury moeilijk kon kiezen. Gelukkig staan ze in de uitvoering niet alleen. Want verschillende aanwezigen geven al aan graag mee te denken als het kabinet een strategie gaat ontwikkelen. Vertellen over hun werk? Dat doen ze ook graag. Een vertegenwoordiger van EBRD: ‘Ik word vaak benaderd om lezingen te geven, maar altijd bij Engelse universiteiten. Pas vandaag realiseer ik me dat ik eigenlijk nog nooit door een Nederlandse universiteit ben gevraagd.’

Dus, concludeert zijn collega: ‘ook zonder dat we de Nederlandse belangen gaan pushen kunnen we door uit te leggen hoe onze organisatie werkt al ontzettend helpen. Want onbekend, maakt onbemind.’